Strategieën


 

Optiestrategieën

Wij hebben u al een paar transactievoorbeelden aan de hand van standaard opties laten zien waarmee u op de overeenkomstige marktfases kunt handelen. Op basis daarvan kunt u natuurlijk ook iedere willekeurige professionele optiestrategie vertalen.

Als optiestrategieën bestempelt men beleggingsstrategieën met één of meerdere standaard opties. Gebaseerd op een positieve, neutrale of negatieve marktverwachting en de volatiliteit van de hieraan ten grondslag liggende basiswaarde van de opties kan de investeerder investeerders aangaan, die dienen voor de afscherming (hedge) van de door de investeerder gehouden basiswaarde. Optiestrategieën kunnen echter vanzelfsprekend ook worden aangegaan uit puur speculatieve redenen los van het houden van de basiswaarde. Aan de hand van de hieronder afgebeelde schets kunt u een snel overzicht krijgen over de meest gehanteerde strategieën en voor welke toekomstige marktverwachting deze kunnen worden ingezet.

Klik op het verwachte scenario:

De investeerder gaat in de toekomst van licht stijgende koersen uit.

De investeerder gaat in de toekomst van licht vallende koersen uit.

De toekomstige marktverwachting van de belegger is erg volatiel, d.w.z. hij verwacht sterke koersveranderingen van de basiswaarde.

De belegger gaat van een stagnerend niveau van de basiswaarde uit, d.w.z. de belegger verwacht geen grotere koersveranderingen van de basiswaarde.

De toekomstige marktverwachting van de belegger is erg volatiel, d.w.z. de belegger verwacht sterke koersveranderingen van de basiswaarde.

De belegger gaat van een stagnerend niveau van de basiswaarde uit, d.w.z. de belegger verwacht geen grotere koersveranderingen van de basiswaarde.

Met een long butterfly spread speculeert men op relatief gelijkblijvende koersen.

In tegenstelling tot de long butterfly spread speculeert de investeerder met de short butterfly spread op sterk veranderende koersen.

De investeerder gaat hierbij uit van een sterk afnemende volatiliteit en stagnerende, resp. naar gelang debet- en creditpositie, van vallende koersen.

De investeerder gaat hierbij uit van een afnemende volatiliteit en gelijkblijvende, resp. naar gelang debet- en creditpositie, van licht stijgende koersen.

De belegger verwacht bij deze strategie een sterke opwaartse beweging van de basiswaarde. De belegger verwacht een sterke neerwaartse beweging van de basiswaarde.

Het verliespotentieel is theoretisch onbeperkt.

Navolgend krijgt u een precieze beschrijving van de belangrijkste: basisposities, waarborgposities, spreadposities en synthetische posities met navenant beeldmateriaal voor een beter begrip van de deels complexe vormgeving van verschillende posities.

1. Basisposities

Met basisposities bedoelt men ongedekte optiestrategie, die ofwel uit een call of put, van de telkens gekocht (long) en verkocht (short) kan worden gegaan. Een ongedekte positie is bijvoorbeeld een shortpositie in een koopoptie, die niet is gecombineerd met een longpositie in de basiswaarde.

2. Beschermingsposities

Een beschermingspositie (hedge-positie) is een portfolio van opties en de bijbehorende basiswaarde (gedekte optiestrategie). De verliezen op bijvoorbeeld Dax-posities of aandelenposities van de Dow Jones worden hier door uitoefeningwinst van de opties of de uitoefeningverliezen bij de opties door winsten bij de aandelen of van de index helemaal of deels gedekt, zonder daarbij de risico’s te verhogen.

Covered call

Bij een covered call koopt men of heeft men al een basiswaarde en verkoopt men daarop een investeerder. De investeerder krijgt de optiepremie. Een winst wordt geboekt, voor zoverre de gehele constructie geen waardestijging ondergaat, als de waarde van de basiswaarde op de datum van uitoefening boven de prijs van uitoefening ligt.

Protective put

Bij een protective put koopt men of heeft men al een basiswaarde en koopt men een putoptie daarbij. Het is de bedoeling, om zich af te schermen tegen het risico van een koersdaling met de putoptie. Portfoliomanagers gebruiken dit veelal ter afscherming van hun portfolio.

Reverse hedge

Bij een reverse hedge wordt de basiswaarde leegverkocht (short) en daarbij ofwel calls- long of puts-short ingezet.

3. Spreadposities:

spreadposities duiden een portfolio aan uit gekochte (long) en/of verkochte (short) opties. Men onderscheidt tussen prijsspreads en tijdspreads.

Prijsspreads:

Bij prijsspreads worden investeerders op basis van optiecombinaties (koop en verkoop) uit dezelfde of verschillende optieklassen onderscheiden.

Prijsspread-posities van dezelfde klasse:

bull spread of bear spread kunnen met callopties evenals met putopties worden gevormd. Men spreekt dan over bull call spread (vorming met calls) en bull put spread (vorming met puts) evenals van bear call spread (vorming met calls) en bear put spreads (vorming met puts).

Bull spread:

de bull spread (hausse spread) bestaat uit de koop van een calloptie en de gelijktijdige verkoop van een calloptie. De opties hebben dezelfde uitoefeningdatum echter heeft de long positie een lagere uitoefeningprijs dan de short positie. De investeerder gaat in de toekomst van licht stijgende koersen uit.

Bull call spread bull put spread:

long: 1 maart 2008 - 500 call long: 1 maart 2008 - 500 put - short: 1 maart 2008 - 600 call

short: 1 maart 2008 - 600 put – Vereenvoudigde weergave van winst en verlies van een bullprijs-spread:

bull call spread, resp. bull put spread

 

bear spread:

De bear-spread (baissespread) bestaat uit de koop van een calloptie en de gelijktijdige verkoop van een calloptie. De opties hebben dezelfde uitoefeningdatum echter heeft de short positie een lagere uitoefeningprijs dan de long positie. De investeerder gaat in de toekomst van licht vallende koersen uit.

Bear call spread bear put spread:

long: 1 maart 2008 - 600 call long: 1 maart 2008 - 600 put. Short: 1 maart 2008 - 500 call

Short: 1 maart 2008 - 500 put. Vereenvoudigde weergave van winst en verlies van een bear prijsspread:

bear call spread, resp. bear put spread

prijsspread-posities van verschillende klassen:

investeerders uit verschillende optieklassen (call en put) worden als zodanig aangeduid.

Straddle:

met een straddle wordt gespeculeerd op sterk veranderende koersen (long straddle), respectievelijk op die gelijk blijven (short straddle). De short straddle brengt een onbeperkt verliesrisico met zich mee!

Long straddle:

gelijktijdige koop van een call en put met dezelfde basiswaarde, voor dezelfde uitoefeningprijs en voor dezelfde vervaldatum. De toekomstige marktverwachting van de belegger is erg volatiel, d.w.z. de belegger verwacht sterke koersveranderingen van de basiswaarde. Het winstpotentieel is theoretisch onbeperkt. Het verliespotentieel is beperkt tot de betaalde optieprijs.

Long straddle:

long: 1 juni 2008 - 200 call;

long: 1 juni 2008 - 200

put: Vereenvoudigde weergave van winst en verlies van een long straddle.

Short straddle:

bij een short straddle gaat het om de omgekeerde positie van de long straddle. Verkoop van een call en een put voor dezelfde basiswaarde, voor dezelfde uitoefeningprijs en voor dezelfde vervaldatum. De belegger gaat uit van een stagnerend niveau van de basiswaarde, d.w.z. de belegger verwacht geen grotere koersveranderingen van de basiswaarde. Het winstpotentieel bestaat uit de dubbel opgestreken optiepremie. Het verliespotentieel is bij sterk stijgende koersen van de basiswaarde theoretisch onbeperkt, bij sterk vallende koersen beperkt tot de uitoefeningprijs. Is de verkoper bij de call „uncovered”, d.w.z. hij heeft de basistitel niet in zijn depot, dan moet hij hem op de markt tegen de daar aangeboden prijs kopen, om hem te kunnen overhandigen aan de optiekoper. Heeft hij de prijs echter in het depot, dan is het verlies beperkt tot het verschil tussen huidige marktprijs en overeengekomen leveringprijs (plus optiepremie).

Short straddle:

short: 1 juni 2008 - 200

call. Short: 1. Juni 2008 - 200 Put.

Vereenvoudigde weergave van winst en verlies van een short straddle.

Strangle:

een strangle is te vergelijken met een straddle. Hij wordt eveneens gevormd met een call of een put, echter met verschillende basisprijzen en/of verschillende vervaldatum.

Long strangle:

gelijktijdige koop van een call en een put met verschillende basisprijzen en/of verschillende vervaldatum. De toekomstige marktverwachting van de belegger is erg volatiel, d.w.z. de belegger verwacht sterke koersveranderingen van de basiswaarde. Sterker dan bij een long straddle. Het winstpotentieel is theoretisch onbeperkt. Het verliespotentieel is beperkt tot de betaalde optieprijs.

Long strangle:

long: 1 juni 2008 - 250

call. Long: 1 juni 2008 - 200 put.

Vereenvoudigde weergave van winst en verlies van een long strangle.

Short strangle:

Bij een short strangle gaat het om de omgekeerde positie van de long strangle. Verkoop van een call of een put met verschillende basisprijzen en/of verschillende vervaldatum. De verwachting van de investeerder is een bijna stagnerend, licht schommelend niveau van de basiswaarde in beide richtingen. Het winstpotentieel bestaat uit de dubbel opgestreken optiepremie. Het verliespotentieel is bij sterk stijgende of vallende koersen van de basiswaarde theoretisch onbeperkt.

Short strangle:

short: 1 juni 2008 - 250 call.

Short: 1 juni 2008 - 200 Put.

Vereenvoudigde weergave van winst en verlies van een short strangle.

Gecombineerde prijsspread-posities van dezelfde klasse:

Een portfolio uit gekochte (long) en verkochte (short) opties duidt men aan als prijsspread-posities van dezelfde klasse. De strategie bestaat dus ofwel alleen uit calls of alleen uit puts. Daarbij kunnen de opties uit verschillende series bestaan, d.w.z. zij onderscheiden zich naar basisprijs of resterende looptijden. Als door de opbouw van de positie een toestroom van kapitaal plaatsvindt, duidt men dit aan als een creditpositie. Als kapitaal afvloeit is het een debetpositie.

Butterfly spread:

de butterfly spread verenigt een bull prijs spread met een bear prijs spread. Principieel is de butterfly spread zowel met calls en puts mogelijk, gebruikelijk zijn over het algemeen echter call-posities. Het is een strategie met drie opties op dezelfde waarde met dezelfde, of verschillende vervaldag. Een calloptie met lage strikeprijs wordt gekocht, een calloptie met hoge strikeprijs wordt gekocht en twee callopties met gemiddelde strikeprijs (over het algemeen dicht bij de actuele prijs van de waarde) worden verkocht. Alternatief wordt een putoptie met lage strikeprijs gekocht, een putoptie met hoge strikeprijs wordt gekocht en twee putopties met gemiddelde strikeprijs (over het algemeen dicht bij de actuele prijs van de waarde) worden verkocht.

Long Butterfly Spread:

Er worden twee calls gekocht en twee calls verkocht. De eerste gekochte call wordt voor een lagere koers van de basiswaarde gekocht (in-the-money). De tweede call wordt voor een hogere koers van de basiswaarde gekocht (out-of-the-money). Bovendien worden twee calls verkocht, over het algemeen voor actuele koers van de basiswaarde (at-the-money). Met een long butterfly spread speculeert men op relatief gelijkblijvende koersen.

Long butterfly spread:

long: 1 juni 2008 - 140 call (in-the-money).

Short: 2 juni 2008 - 150 call (at-the-money).

Long: 1 juni 2008 - 160 call (out-of-the-money).

Vereenvoudigde weergave van winst en verlies van een long butterfly spread.

Short butterfly spread:

er worden eveneens twee calls gekocht en twee calls verkocht. In tegenstelling tot de long positie wordt de eerste call echter voor een lagere koers van de basiswaarde verkocht (in-the-money) en een tweede call voor een hogere koers van de basiswaarde (out-of-the-money) eveneens verkocht. Verder worden nog twee calls voor de actuele koers van de basiswaarde (at-the-money) gekocht. In tegenstelling tot de long butterfly spread speculeert de investeerder met de short butterfly spread op sterk veranderende koersen.

Short butterfly spread:

short: 1 juni 2008 - 140 call (in-the-money).

Long: 2 juni 2008 - 150 call (at-the-money).

Short: 1 juni 2008 - 160 call (out-of-the-money).

Vereenvoudigde weergave van winst en verlies van een short butterfly spread.

Ratio spread:

bij een ratio spread (ratio vertical spread) worden long en short posities met een verschillend aantal contracten opgebouwd.

Ratio call spread:

er worden één of meerdere calls gekocht met een lagere basisprijs (at-the-money) en gelijktijdig een groter aantal aan calls met een hogere basisprijs (out-of-the-money) verkocht. Alle calls hebben dezelfde resterende looptijd. Uit deze combinatiepositie kan een debet- al ook een creditpositie resulteren. De investeerder gaat hierbij uit van een sterk afnemende volatiliteit en stagnerende, resp. naar gelang debet- of creditpositie van vallende koersen.

Ratio call spread:

Long: 1 contract: 1 juni 2008 - 250 Call (at-the-money).

Short: 4 contracten: 1 juni 2008 - 300 call (out-of-the-money).

Vereenvoudigde weergave van winst en verlies van een ratio call spread.

Ratio put spread:

er worden één of meerdere puts verkocht met een lagere basisprijs (at-the-money) en gelijktijdig een kleiner aantal aan puts met een hogere basisprijs (out-of-the-money) gekocht. Alle put hebben dezelfde resterende looptijd. Uit deze combinatiepositie kan een debet- als ook een creditpositie resulteren. De investeerder gaat hierbij uit van een afnemende volatiliteit en gelijkblijvende, resp. naar gelang debet- of creditpositie van licht stijgende koersen.

Ratio put spread:

Short: 4 contracten: 1 juni 2008 - 250 Put (at-the-money).

Long: 1 contract: 1 juni 2008 - 300 put (out-of-the-money).

Vereenvoudigde weergave van winst en verlies van een ratio put spread.

4. Synthetische posities

Synthetisch long

Koop van een call bij gelijktijdige verkoop van een put met identieke resterende looptijd en verschillende strikeprijzen. De investeerder bouwt zodoende een synthetische long positie op. D.w.z. bevestigt zich de verwachte koersprognose, zodoende komt de behaalde winst vrijwel overeen met dezelfde winst, die met de koop van een overeenkomend aantal van de ten grondslag liggende basiswaarde bereikt zou worden. De belegger verwacht bij deze strategie een sterke opwaartse beweging van de basiswaarde.

Synthetisch long:

long: 1 juni 2008 - 350 call.

Short: 1 juni 2008 - 300 put.

Vereenvoudigde weergave van een synthetische long positie met opties.

Synthetisch short:

koop van een put bij gelijktijdige verkoop van een call met identieke resterende looptijd maar verschillende strikeprijzen. Dit komt overeen met een synthetische leegverkoop van de basiswaarde. De belegger verwacht een sterke neerwaartse beweging van de basiswaarde. Het verliespotentieel is theoretisch onbeperkt.

Synthetisch short:

long: 1 juni 2008 - 300 put.

Short: 1 juni 2008 - 350 call.

Vereenvoudigde weergave van een synthetische short positie met opties.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Donnerstag 23.02

14:30  USA - Erstanträge Arbeitslosenhilfe
Zuvor: 348 Tsd.
Prognose: 354 Tsd.
10:00  Deutschland - Ifo Geschäftsklimaindex
Zuvor: 108.3
Prognose: 108.8
Bruttoinlandsprodukt -1.2%
Inflation 2,8%
Einlagefazilität 0,25%
Handelsbilanz 12,5
Arbeitslosenquote 8,3%
Industrieproduktion 3,3%